GEZAMENLIJK PERSBERICHT: De woningcorporaties in West-Brabant, Tholen en de Bevelanden nodigen ieder lokaal de gemeenten waarin zij werken uit om de betaalbaarheidsproblematiek te agenderen met betrekking tot de woonlasten van sociale huurders. Recent onderzoek ( juli 2017 ) wijst namelijk uit dat voor ongeveer een kwart van de sociale huurders een betaalrisico dreigt. De oorzaken zijn de lage inkomens, het afbrokkelen van de sociale zekerheid en de hoge lasten voor deze huishoudens. De woonlasten voor een huurder maken daar deel van uit en bestaan uit de huur, de kosten voor energie en de gemeentelijke belastingen en heffingen. Bij een gezamenlijke lokale aanpak kunnen partijen inspelen op de specifieke behoeften per gemeente. Ingezet moet worden op preventie, vroeg-signalering, financiële begeleiding en daar waar mogelijk arbeidsparticipatie. Het doel is om sociale huurders in de knel uiteindelijk meer financiële ruimte en daarmee meer ruimte om te leven te geven.

Onderzoek naar betaalbaarheid van het wonen

Woonkwartier, Stadlander, Woningstichting Woensdrecht, R&B Wonen en RWS Goes hebben in het kader van armoedebeleid onderzoek laten verrichten naar de betaalbaarheid van het wonen in de betrokken werkgebieden. Het gaat om de regio’s Roosendaal, Bergen op Zoom (met inbegrip van het eiland Tholen) en de Bevelanden in Zeeland. De focus van het onderzoek ligt op de analyse van de woonlasten van huurders van de corporaties met een maximaal inkomen van € 35.739. Dit is de wettelijke grens (peildatum 2016) tot welke men nog in aanmerking kan komen voor een sociale huurwoning.

Onderzoeksresultaten

Opvallend is dat er tussen gemeenten grote verschillen zijn in de zogenoemde overige woonlasten. Die worden veroorzaakt door verschillen in de hoogte van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Huurders in Rucphen hoeven bijvoorbeeld geen rioolafvoerheffing te betalen, terwijl dit in alle andere gemeenten wel zo is. Roosendaal en Bergen op Zoom heffen de hoogste lasten; in de andere gemeenten komen deze circa € 100 lager uit. Regionaal zijn er nauwelijks verschillen. Binnen de regio’s zijn die wel te zien omdat er voor huurders in de steden in het algemeen minder bestedingsruimte is dan in het landelijk gebied. Dit komt door gezinsomvang en inkomen.

Ongeveer een kwart van alle huurders loopt een betaalrisico. Bij de laagste inkomensgroep binnen het huurdersbestand, de huishoudens met recht op huurtoeslag, betreft dit gemiddeld rond de 40% van de huishoudens. Dit betekent dat bij deze huurders de woonlasten volgens de budgetbenadering van Nibud hoger liggen dan er aan bestedingsruimte is. Deze huurders hebben, ondanks de huurtoeslag, moeite om rond te komen. Zij besparen mogelijk op andere noodzakelijke uitgaven dan dat ze de huur niet betalen. Huishoudens met één inkomen, zoals alleenstaanden en éénoudergezinnen, maken 82% van het totaal aan huishoudens met een betaalrisico uit. De verschillen tussen de regio’s voor wat betreft de betaalrisico’s zijn gering, maar ook hier zien de corporaties dat deze groep in het stedelijk gebied groter is dan in het landelijk gebied.

Betaalrisico, punt van zorg en aandacht

De grote groep huishoudens met een betaalrisico is een punt van zorg en aandacht. De problemen worden veroorzaakt door een onbalans tussen het beschikbare inkomen en de vaste lasten. Huishoudens hebben daarin zelf een eerste verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat inkomsten en uitgaven in balans zijn. Armoede en betaalproblemen worden in de meeste gevallen veroorzaakt door een inkomensprobleem. Mogelijkheden benutten om het inkomen te verhogen, is vaak de beste en meest effectieve manier om de problemen te verminderen of op te lossen maar dat is niet altijd mogelijk. Het is een maatschappelijke opgave om mensen die minder zelfredzaam zijn en daardoor in de knel komen, te helpen. Als het de mensen zelf niet lukt om hun inkomenspositie te verbeteren, moet via de rijks- en/of gemeentelijke overheid, inkomensondersteuning worden ingezet.

Corporaties leveren ook een bijdrage aan het betaalbaar houden van het wonen en hebben in dit kader de afgelopen periode al diverse maatregelen genomen. Huren zijn de laatste jaren gematigd verhoogd en soms zelfs verlaagd. Er moet passend worden toegewezen (lage inkomens mogen slechts betaalbare woningen huren) en het prijsniveau van het woningaanbod is derhalve afgestemd op de beperkte bestedingsruimte van de doelgroep met de laagste inkomens. Ook wordt er periodiek onderzoek gedaan naar de betaalbaarheid van de huren om te monitoren of vraag en aanbod goed blijven aansluiten. Verder zetten de woningcorporaties ook fors in op het terugdringen van de energielasten, door woningverbeteringen te realiseren in de sociale huurwoningvoorraad.

De betaalproblemen vallen binnen de bredere maatschappelijke opgaven die zijn gericht op een samenleving voor iedereen zoals het bevorderen van participatie en het tegengaan van armoede en uitsluiting. Daarvoor zijn meerdere partijen nodig, waaronder gemeenten, welzijnsinstellingen, energiebedrijven en woningcorporaties. De corporaties pleiten voor samenwerking tussen alle betrokken partijen om echt werk te maken van de noodzakelijke lastenverlichting en inkomensverbetering van de laagste inkomensgroepen.

 

R&B Wonen | Van der Biltplein 1, 4451 AE Heinkenszand |

RWS partner in wonen | Stationspark 30 | Postbus 158, 4460 AD Goes |

Stadlander | Rooseveltlaan 150 | Postbus 203, 4600 AE Bergen op Zoom |

Woningstichting Woensdrecht | Jan van der Heijdenstraat 14 | Postbus 54, 4630 AB Hoogerheide |

Woonkwartier | Kristallaan 1 | Postbus 10, 4760 AA Zevenbergen |